|
Henry
Trynes trakteert op jenever in café Thielen
In de 2e Krankzinnigenwet van 1884 wordt
o.a. de eis gesteld dat er in elke provincie
goede opvang moet komen voor mensen met een
psychiatrische aandoening. Het nieuw te bouwen krankzinnigengesticht voor Limburg
komt in Roermond. Iedereen heeft zich er al
bij neergelegd. Behalve Henry Trynes, de
Venrayse steenfabrikant en Gedeputeerde. Hij
praat, luistert, lobbyt en hij weet:
Roermond heeft wel de plannen, maar niet de
grond. Trynes slaagt erin om een
afvaardiging van de Broeders en Zusters van
Liefde naar Venray te halen. En zijn bezoek
is onder de indruk! Niet van de locaties die
Trynes en Esser voor ogen hebben, maar van
een 25 ha. groot landbouwgebied aan de rand
van het dorp. Eén probleem: de grond bestaat
uit meer dan 30 percelen, eigendom van een
groot aantal particulieren en instanties.
Trynes speelt blufpoker. Hij nodigt alle
eigenaren uit in café Thielen en overrompelt
zijn gehoor met een gloedvol betoog. Een van
de aanwezigen zou later zeggen: "We keken
allemaal op tegen meneer Trynes. Hij was
geleerd, kon goed praten en zat in de
Provinciale Staten in Maastricht. Om 10 uur
stonden er nogal wat lege jeneverflessen op
tafel en hadden we allemaal 'ja' gezegd."
27 mei 1907 is de officiële opening van 'Het
Sint Servatiusgesticht', met één opvallende
afwezige: Mgr. Drehmans, bisschop van
................ inderdaad, Roermond.
In de decennia die volgen blijkt de
combinatie Sint Servatius, Sint Anna en
Venray een gelukkige. Als het
instituut vanaf de jaren twintig steeds meer
leken aanstelt, neemt de werkgelegenheid
voor Venray en omgeving fors toe. Bovendien
geeft het instituut de Venrayse middenstand
een enorme impuls. Het peeldorp Venray dijt
langzaam maar zeker uit van 5.000 naar 40.000
inwoners en instituut en dorp groeien
letterlijk en figuurlijk naar elkaar toe.


|